Kyrgyzstan
In een oase van Centraal - Azie leeft de oude nomadencultuur voort.
Steppen en woestijnen zijn karakteristiek voor Centraal - Azie. Als een groene oase in dat droge land ligt het Issyk-Kul meer, omsloten door de bergketens van het Tien-Shangebergte. Het Issyk-Kul meer (180 kilometer lang, 60 kilometer breed, maximaal 668 meter diep) is het op een na grootste bergmeer ter wereld. Het ligt op 1600 meter hoogte, omgeven door hooggebergte met toppen tot 7400 meter. De grote diepte van het meer in combinatie met vulkanische activiteit en een licht zoutgehalte maakt dat het nooit bevriest. In een autotocht van luttele uren kunt u kennis maken met een grote verscheidenheid aan landschappen: van woestijn en steppe via akkers, weiden en bossen naar alpenweiden, sneeuwvelden en gletsjers. Hier leven bekende met uitsterven bedreigde diersoorten zoals het sneeuwluipaard, het Marco-Poloschaap.
De traditionele leefwijze van de Kyrgezen is bestand gebleken tegen de tijd. Nog steeds trekt een aantal van hen 's zomers met de kuddes de bergen in en woont daar in joerten, ver weg van de huidige moderne wereld, net als duizend jaren geleden.
Achtergronden van Kyrgyzstan
Kyrgyzstan, vijf keer zo groot als Nederland is bergachtig en ligt ingesloten tussen Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan en China. Bijna het hele land is bedekt met bergen, waarvan velen boven de 3000 meter zijn. De hoogste berg is Piek Pobeda met een hoogte van 7439 meter. De grootste gletsjer is de 62 kilometer lange Inylchek. De meeste bergen behoren tot de Tian shan (de hemelse bergen) of uitlopers daarvan. Overal liggen prachtige bergmeren en klateren stroompjes naar beneden. In de hete zomers kan het boven in de bergen dan ook lekker koel zijn, hoewel de temperatuur op lagere hoogte nog altijd kan oplopen tot boven de 30 graden. In het voor- en najaar kan het veel kouder worden. Dan kunnen warme, zonnige dagen onderbroken worden door sneeuwbuien. Vooral op de hoge bergpassen kan het al behoorlijk koud zijn. De gemiddelde januaritemperatuur in Bishkek is -5 graden, in juli is het gemiddeld 24 graden.
Economische achtergrond van Kyrgyzstan
Kyrgyzstan is in 1991 onafhankelijk geworden en richt zich op een vrije markteconomie. In 1994 was meer dan een derde van de economie geprivatiseerd en in 1995 werd de landbouw geprivatiseerd. Kyrgyzstan hoopt met zijn liberale wetgeving buitenlandse investeerders te lokken. Het wil hiermee niet zo vlotten, het land heeft nu eenmaal niet heel veel te bieden. Het is niet zo overladen met grondstoffen als bijvoorbeeld Kazachstan en Turkmenistan en industrie is er amper. Kyrgyzstan zal het ondermeer van het toerisme moeten hebben. Maar deze sector staat nog in de kinderschoenen. Een andere belangrijke economische motor met toekomstmogelijkheden zijn de waterkrachtcentrales die het land van energie moeten voorzien. De meeste kampen echter met technische problemen en hebben weinig capaciteit. Vandaar dat de elektriciteit geregeld uitvalt. Als er weinig water van de bergen komt, betekent het meestal ook dat er weinig elektriciteit is. De belangrijkste economische sectoren zijn voorlopig echter de akkerbouw en veeteelt, hoewel minder dan 10 procent van het land geschikt is voor cultivatie. De industrie zit hoofdzakelijk in Bishkek. De lonen zijn er beneden het bestaansminimum, het gemiddelde maandloon schommelt rond de 35 euro en veel ouderen zijn gedwongen hun pensioen bij elkaar te bedelen. Ongeveer 40 procent van de bevolking is werkloos. Veel boeren leven buiten de geldeconomie. Ze zijn zelfvoorzienend en verkrijgen hun overige producten door middel van ruilhandel. Er moet nog veel gebeuren wil Kyrgyzstan een welvarend land worden.
Het leven in een joert.
Vroeger vervoerde men de joert en huisraad per kameel, maar in de Sovjettijden werd de kameel vervangen door een truck. Nu wordt de kameel erg gemist. Ook heeft men niet zoveel vrijheid meer om rond te trekken op zoek naar goede graaslanden. Sinds de Russen het nomadenleven aan banden hebben gelegd, heeft elk dorp een eigen stuk grond toegewezen gekregen. Vaak beheren enkele families de kudden van het dorp. Deze kudden bestaan voornamelijk uit schapen en de kuddes zijn kleiner dan voorheen. In de Sovjetperiode groeiden de veestapels tot ongekende grootte, maar daar is nu een einde aan gekomen. Het sociale vangnet van vroeger ontbreekt en men ziet zich steeds vaker gedwongen om schapen te verkopen, waardoor er momenteel meer schapen worden verkocht dan er bij komen. Het enige voordeel hiervan is dat de weidegronden zich weer kunnen herstellen, na jaren van overbegrazing. Naast schapen lopen er vooral veel paarden rond een joert. Kyrgezen zijn als het ware op die viervoeters geboren en verplaatsen zich grotendeels te paard. Want, zoals het gezegde luidt: at attan kiyin jat-zonder paard is als zonder benen.
Bij de opbouw van een joert wordt als eerste de deur (bosogo) opgezet, daaromheen komt een houten hekwerk (kerege) te staan. Hieruit steken een aantal latten (kanats) die bovenin bijeen worden gehouden door een ronde band, de tujunduk. Achter in de joert liggen de dekens en matrassen opgestapeld. Voor deze dekens, recht tegenover de ingang is de tor, de plaats waar de belangrijkste gasten zitten. Rechts hiervan zitten de mannen, links de vrouwen. In de meeste joerten bevindt zich een primitieve keuken, hoewel het ook voorkomt dat een aparte joert als keuken gebruikt wordt.
Terwijl de mannen op de dzailoo de kudden beheren, jagen en bij elkaar op bezoek gaan, bakken de vrouwen grote ronde broden en koken ze kezmeh (noedelsoep) in de kazan, een grote ketel. Daarnaast worden de koeien en merries gemolken. Vooral de melk van de merries is belangrijk voor de Kyrgezen. Drie keer per dag gaat men met veulens naar de merries om te melken. De melk wordt gekarnd en vervolgens worden er diverse producten van gemaakt, waaronder koumis. Deze licht gefermenteerde merriemelk is voor de Kyrgezen de favoriete drank, die ze dan ook veelvuldig nuttigen en hun gasten te allen tijde aanbieden. Van de melk wordt ook kaimak (vette room), surumai (gekookte boter) en airan (yoghurt) gemaakt.
